Bouvier des Ardennes
De Belgische koehond die iedereen al had afgeschreven.
Kerngegevens
| Grootte | Middelgroot · 56–62 cm (reuen), 52–56 cm (teven) |
| Gewicht | 28–35 kg (reuen), 22–28 kg (teven) |
| Levensverwachting | 12–14 jaar |
| Energie | Hoog — gebouwd voor een volle werkdag buiten |
| Verharen | Gemiddeld — dichte ondervacht, zwaarder in de winter |
| Vacht | Droog, ruw en warrig, ongeveer 6 cm · elke kleur behalve wit |
| Groep | Herders · Veedrijvers, met werkproef (FCI №171, Groep 1) |
| Herkomst | Ardennes, België |
Raskenmerken
Vriendelijkheid
Verzorging
Brein
Karakter
De standaard vraagt om uithoudingsvermogen en energie, en om een hond die speels, nieuwsgierig, behendig en sociaal is; aanpassingsvermogen noemt hij de belangrijkste eigenschap, wat wil zeggen dat de hond zich moet kunnen schikken in elke situatie waarin je hem neerzet. Dezelfde tekst noemt hem ook koppig, en buitengewoon moedig zodra het om het verdedigen van zijn mensen, zijn spullen en zijn terrein gaat. Die combinatie had een boerderij in de heuvels nodig: genoeg lef om een koe in beweging te krijgen die besloten heeft niet te bewegen, en genoeg verstand om daarna gewoon door te gaan met de dag. In de praktijk krijg je een hond die met lef op vee afgaat, waakzaam is tegenover mensen die hij niet kent, en zichtbaar verveeld raakt zonder werk. Agressie en nervositeit zijn allebei diskwalificerende fouten en schuwe of trage honden worden bestraft, dus een goed exemplaar is niet scherp en niet slap. Zet je hem als huisdier in een tuin, dan wordt hij luidruchtig en vindingrijk.
Gewoontes & eigenaardigheden
Loopt in bogen om je heen
Los van de lijn zwenkt hij in brede halve cirkels om zijn baas heen in plaats van netjes mee te draven. De standaard beschrijft precies dat: de drijfgewoonte komt eruit, ook als er niets te drijven valt.
Vaak zonder staart geboren
Het merendeel van het ras is van nature kortstaart en een flink deel komt helemaal zonder staart ter wereld. Couperen is in vrijwel heel Europa verboden, dus wat je bij een in België gefokte pup ziet, is waarmee hij geboren is.
Trekt zich niets aan van het weer
De vacht is er om hem buiten te laten leven en door te laten werken in alles wat de Ardennen te bieden hebben. Regen, natte sneeuw en modder doen hem weinig; de modder droogt op de ruwe bovenvacht en valt er vanzelf af.
Het erf is van hem
Hij leest het erf als zijn eigen gebied en meldt alles wat de grens overgaat. Goede exemplaren slaan aan, gaan tussen de bezoeker en het huis staan, en laten het weer los zodra je dat zegt.
Verzorging
| Beweging | Een tot twee uur echte activiteit per dag, met werk voor het hoofd erbij: drijfwerk, speuren, mantrailing, gehoorzaamheid, lange tochten. Hij is geselecteerd op uithoudingsvermogen op ruw terrein, dus alleen kilometers maken brengt hem zelden tot rust. |
| Verzorging | Weinig, en dat is met opzet zo. Eén keer per week door de ruwe bovenvacht en de ondervacht borstelen is de hele routine, plus de baard uitspoelen na het eten. Trimmen, in welke vorm dan ook, is in de ring een diskwalificerende fout — deze vacht hoort niet in model gebracht te worden. |
| Training | Eerlijk, consequent en kort werkt beter dan drillen, want koppig staat in de standaard en dat is hij ook. Socialiseer breed vanaf de puppytijd, zodat de natuurlijke terughoudendheid tegenover vreemden terughoudendheid blijft. Reken erop dat hij bij vee zijn eigen beslissingen neemt, en dat een jonge hond alles wat beweegt probeert te drijven, kinderen incluis. |
| Gezondheid | Er is geen rasspecifiek ziektebeeld gepubliceerd, en bij een populatie van deze omvang staan er in de gebruikelijke screeningsdatabases geen bruikbare cijfers. De genenpool zelf is de gezondheidsvraag: vraag de fokker om de HD-uitslagen, de inteeltcoëfficiënt van het nest en de volledige stamboom, en neem de fokker die alle drie uit zichzelf laat zien. |
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil met een Vlaamse Koehond (Bouvier des Flandres)?
Twee losstaande Belgische koehondenrassen die voortdurend door elkaar worden gehaald. De Vlaamse Koehond (FCI-standaard 191) komt uit de Vlaamse laagvlakte, meet 59–68 cm bij 27–40 kg, draagt een lange, overvloedige vacht die voor de showring gewassen en in model gebracht wordt, en wordt wereldwijd bij duizenden gefokt, met erkenning door de AKC. De Ardense Koehond (FCI-standaard 171) komt uit de heuvels van de provincies Luik en Luxemburg, meet 52–62 cm bij 22–35 kg, en heeft een korte, droge, warrige vacht waar niemand een schaar in mag zetten. Van de twee is hij de ruwere, de lichtere en veruit de zeldzaamste, zijn oren staan bij voorkeur rechtop in plaats van hangend, en zijn standaard laat elke kleur behalve wit toe, waar die van de Vlaamse Koehond dat niet doet.
Is het ras echt bijna uitgestorven?
Ja. In 1913 werd het door een Luikse vereniging als ras vastgelegd, België gaf het in 1923 een definitieve standaard en de FCI publiceerde die in 1963 — en daarna verdween datgene waarvoor de hond gemaakt was. Kleine Ardense boerderijen sloten, de melkveestapels krompen, en in de jaren zeventig en tachtig ging vrijwel iedereen ervan uit dat het ras uitgestorven was. Het kwam bij toeval terug: rond 1985 zagen mensen die van boerderij naar boerderij biest ophaalden een paar honden die nog op het oude type leken, vanaf ongeveer 1990 gingen fokkers daarmee aan de slag, en een lijn die rond 1930 naar het noorden van het land was verhuisd, dook in 1996 op. Alles wat er vandaag leeft, stamt van dat handjevol af.
Is het een goede gezinshond?
Voor een actief gezin op het platteland of aan de rand daarvan dat hem werk kan geven, kan hij heel goed zijn — de standaard noemt hem sociaal en zet aanpassingsvermogen als zijn sterkste kant neer, en hij hangt oprecht aan zijn eigen mensen. In een appartement, in een huishouden dat de hele dag weg is of bij een eerste hondeneigenaar die het makkelijk wil hebben, past hij slecht. Hij is wantrouwig tegenover vreemden, hij probeert alles wat wegrent in beweging te sturen, en pups zijn zo zeldzaam dat je moet rekenen op een wachtlijst en op een fokker die jou net zo veel vragen stelt als jij hem.