Dutch Shepherd
Gestroomd volgens de standaard, in drie haarvariëteiten.
Kerngegevens
| Grootte | Middelgroot · 55–62 cm |
| Gewicht | 23–30 kg |
| Levensverwachting | 12–14 jaar |
| Energie | Zeer hoog — heeft werk nodig, niet alleen een wandeling |
| Verharen | Gemiddeld tot hoog — alle drie de variëteiten hebben een wollige ondervacht |
| Vacht | Korthaar, langhaar of ruwhaar · altijd gestroomd op goud of zilver |
| Groep | Herdershonden · Schapenhond, met werkproef (FCI №223, Groep 1) |
| Herkomst | Nederland |
Raskenmerken
Vriendelijkheid
Verzorging
Brein
Karakter
De standaard vraagt om een hond die trouw en betrouwbaar is, alert, waakzaam, actief, zelfstandig, volhardend, intelligent en bereid om te gehoorzamen, en zegt er met zoveel woorden bij dat hij een opdracht zelfstandig afhandelt zodra hij hem gekregen heeft. Dat laatste wordt stelselmatig onderschat. Dit is geen herder die op de volgende aanwijzing staat te wachten; hij bedenkt zelf een oplossing en gaat ervoor. Op een kudde is dat prachtig, in een huis zonder regels lastig. Hij bindt zich sterk aan zijn eigen mensen, is tegenover vreemden eerder gereserveerd dan vriendelijk, en reageert op beweging: hardlopers, fietsers en kinderen die door de gang rennen worden allemaal bijeengedreven als je dat instinct niet ergens anders kwijt kunt. Binnen het ras zit bovendien een echte tweedeling. Lijnen die voor de KNPV gefokt worden hebben meer drift, meer hardheid en een lagere prikkeldrempel dan lijnen voor de showring of voor het gezin, en een pup uit de eerste soort in een huis dat op de tweede is ingericht is de manier waarop de meeste Hollandse Herders in de herplaatsing belanden. Vraag de fokker welke van de twee hij fokt, en geloof het antwoord.
Gewoontes & eigenaardigheden
Draagt zijn paspoort op de vacht
Gestroomd werd in 1914 de enige toegestane kleur, gekozen om het ras zichtbaar apart te houden van de Duitse en de Belgische herder. Een Hollandse Herder die niet gestroomd is, is geen Hollandse Herdershond.
Lost het zelf op
De standaard wil een hond die een opdracht zelfstandig afhandelt. Krijgt hij geen opdracht, dan bedenkt hij er zelf een, en zijn keuze is slechter dan de jouwe.
Beweging is de trigger
Een fiets, een hardloper, een rennend kind, een voetbal. De drijfreflex slaat aan op snelheid, niet op het dier, dus een terugroepsignaal en een uitknop wegen hier zwaarder dan gehoorzaamheidstitels.
Houdt het hek in de gaten
Op de boerderij meldde hij iedereen die het erf op kwam. In een woonwijk meldt hij de postbode, de buurman en het pakketbusje, en hij meent het elke keer.
Verzorging
| Beweging | Een tot twee uur per dag met structuur erin: speuren, drijven, gehoorzaamheid, pakwerk, agility, lange zoekspellen. Alleen kilometers maken krijgt deze hond niet moe; een fitte Hollandse Herder die tien kilometer heeft gelopen is gewoon een fittere Hollandse Herder. |
| Verzorging | Hangt af van de variëteit. De korthaar wil af en toe een borstel en verhaart gestaag. De langhaar moet één keer per week goed onderhanden worden genomen, en dan vooral in de kraag en de broek. De ruwhaar wordt ongeveer twee keer per jaar met de hand geplukt, precies zoals de standaard voorschrijft; scheren verpest de harde structuur. |
| Training | Begin vroeg en stop eigenlijk nooit. Hij leert snel, onthoudt alles en verzet zich tegen dwang, dus bouw op met belonen, duidelijke regels en korte sessies. Socialiseer stevig vóór de zestiende week, want de natuurlijke reserve tegenover vreemden wordt met de jaren harder. |
| Gezondheid | Over het geheel genomen een gezond ras. In de OFA-cijfers heeft ongeveer 9 procent van de onderzochte honden heupdysplasie en ongeveer 5,5 procent elleboogdysplasie, op kleine aantallen. Vraag om heup- en elleboguitslagen, om een vrije SLC25A12-uitslag voor inflammatoire myopathie, een dodelijke spierziekte die voor het eerst bij dit ras is vastgesteld, en bij een ruwharige pup om een oogonderzoek op goniodysplasie bij beide ouderdieren. Kauwspierontsteking en allergieën komen ook voor. |
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een Hollandse Herder en een Mechelse herder?
De kleur beslist het op het eerste gezicht: de Hollandse Herder moet gestroomd zijn, de Mechelaar is roodgeel met een zwart masker en een zwarte waas, en alleen het Nederlandse ras heeft daarnaast een langharige en een ruwharige variëteit. Daaronder zijn het naaste neven uit buurlanden, gebouwd op dezelfde streekeigen boerderijhonden, en na de Tweede Wereldoorlog zijn er Mechelaars ingekruist om de Nederlandse aantallen weer op peil te brengen, tot de Nederlandse rasvereniging daar een streep door zette. Over het karakter is het eerlijke antwoord dat het verschil klein is en de overlap groot. Goed gefokte Hollandse Herders komen binnenshuis meestal iets makkelijker tot rust en Mechelaars draaien van zichzelf een hoger toerental, maar de fokrichting weegt veel zwaarder dan de rasnaam. In de KNPV-wereld vallen de etiketten helemaal weg: veel KNPV-honden die Hollandse Herder heten hebben geen stamboom en dragen Mechelaarbloed, want die honden worden geselecteerd op zenuwsterkte en pakwerk, niet op een stamboek.
Wat is het verschil tussen de drie haarvariëteiten?
Eén ras, drie variëteiten in FCI-standaard 223. De korthaar is de gewone: tamelijk hard, strak aanliggend haar op een wollige ondervacht, en daarin komt de streping het scherpst uit. De langhaar heeft lang, steil en ruw aanvoelend haar, met een duidelijke kraag en broek, bevedering aan de achterkant van de voorbenen en geen franje aan de oren. De ruwhaar, in de FCI-tekst draadhaar genoemd, is dicht, ruig en hard, met een baard, snorharen en zware wenkbrauwen die de kop vierkant doen lijken, en die ruige structuur dempt de streping. Dit is de zeldzame variëteit, een paar honderd honden, en hij moet geplukt worden in plaats van geschoren. Verder verandert er niets tussen de drie: dezelfde maat, dezelfde standaard, hetzelfde werk.
Is een Hollandse Herder een goede gezinshond?
In het juiste gezin: ja. Thuis is hij aanhankelijk, schoon, gezond, makkelijk te houden en echt goed met de kinderen waarmee hij opgroeit. Maar het blijft een werkende herder met serieuze drift, hij drijft alles wat beweegt, hij is gereserveerd tegenover vreemden en hij heeft elke dag van zijn leven werk nodig. Een eerste hond, een hele werkdag alleen thuis of een plan dat op wandelen is gebouwd levert een hond op die blaft, jaagt, bewaakt en het huis sloopt. Pups uit KNPV-werklijnen zijn nog een maat zwaarder en horen bij geleiders die trainen, niet in een gezinshuis.