Deutscher Wachtelhund
Zonder Duitse jachtakte laat de rasvereniging je er niet mee fokken.
Kerngegevens
| Grootte | Middelgroot · 45–54 cm |
| Gewicht | 18–25 kg |
| Levensverwachting | 12–14 jaar |
| Energie | Zeer hoog — gefokt voor een hele dag in dekking en water |
| Verharen | Matig, het hele jaar door — een echte vacht met bevedering |
| Vacht | Lang en golvend over een dichte ondervacht · effen bruin of bruine schimmel (Braunschimmel), rood in allebei |
| Groep | Retrievers, spaniëls en waterhonden (FCI-standaard nr. 104, Groep 8) |
| Herkomst | Duitsland |
Raskenmerken
Vriendelijkheid
Verzorging
Brein
Karakter
De FCI-standaard zet eerst neer waar het ras voor is en pas daarna hoe hij is: een sterke drang om te vinden, een fijne neus, vast op het spoor, betrouwbaar in het luidgeven, gebrand op apporteren en water, scherp op wild en op schadelijk gedierte. Daarna vraagt hij om vriendelijk, zelfverzekerd, zeer volgzaam, niet nerveus en niet agressief. Beide helften kloppen, en Duitse eigenaren beschrijven dezelfde tweedeling: een hond die drie uur voluit door de bramen gaat en daarna onder de keukentafel ligt te slapen. Op voorstaan is nooit geselecteerd, dus een Wachtelhund duwt het wild eruit in plaats van erop te blijven staan. Die scherpte is ook geen manier van spreken. Deze honden worden ingezet om aangeschoten zwijn na te zoeken en om op vos te werken, en dezelfde drift komt eruit in een achtertuin waar toevallig een konijn zit. Geluid hoort bij het ontwerp: wie zijn hond in dichte dekking niet kan zien, moet hem kunnen horen, dus die stem is aangefokt en niet iets wat erbij genomen wordt.
Gewoontes & eigenaardigheden
Zegt wat hij doet
Spurlaut, luidgeven op het spoor, is een fokeis waarop punten staan, en een hond die een spoor zwijgend uitloopt, zakt. Diezelfde stem komt eruit bij de deurbel, bij de postbode en bij alles wat beweegt in de heg.
Gaat als eerste het water in
Waterwerk wordt getest voordat er met een hond gefokt mag worden, dus die bereidheid wordt generatie na generatie geselecteerd. Sloten, vijvers, kanalen in februari. Hij overlegt niet even.
Werkt vooruit en komt terugmelden
Dichte dekking opjagen betekent dat de hond uit het zicht raakt en dóórjaagt. Een goed gefokte Wachtelhund gaat op eigen kracht vooruit en komt op eigen kracht weer langs, en dat voelt heel anders dan een hond die naast je knie blijft.
Neemt het bos mee naar huis
De bevedering aan benen en staart verzamelt klissen, zaden en modder, en de lange hangoren houden water vast. De meeste eigenaren hebben een kam bij de achterdeur liggen en kijken de oren na zoals je bij een paard de hoeven nakijkt.
Verzorging
| Beweging | Twee uur echt werk op de meeste dagen, en zoeken telt zwaarder dan kilometers. Dekking om af te zoeken, water om in te zwemmen, sleepsporen, apporten. Een Wachtelhund die aan de lijn rondjes door het park loopt, is een hond op zoek naar eigen werk, en dat vindt hij. |
| Vachtverzorging | Borstel de golvende vacht twee tot drie keer per week, vaker waar hij bevederd is, en ga hem na elke tocht door dekking helemaal na. Maak de oren droog en kijk erin; hangende oren boven een dichte vacht zijn het meest voorkomende ongemak van dit ras. |
| Training | Hij leert snel, wil met een mens samenwerken en pakt belonend werk goed op. Het lastige is niet de gehoorzaamheid maar de jachtdrift: terugkomen bij levend wild moet je vanaf de puppytijd opbouwen en wordt in de buurt van reeën of zwijnen misschien nooit helemaal betrouwbaar. |
| Gezondheid | Over het algemeen sterk en oud voor zijn formaat. De VDW röntgent heupen en ellebogen, fokt alleen met HD A, B of C, berekent twee keer per jaar fokwaarden en houdt fokkers aan een minimum aantal foto's, dus vraag naar de HD- en ED-uitslagen van de ouders en naar de verenigingspapieren die erachter zitten. |
Veelgestelde vragen
Kan een Deutscher Wachtelhund in een huis zonder jacht wonen?
Eerlijk gezegd meestal niet, en waarschijnlijk krijg je er ook geen verkocht. Een Duitse fokker heeft een jachtakte, fokt onder verenigingsregels voor jagers en plaatst pups doorgaans bij mensen die ze door de proeven gaan halen; de VDW geeft fokrecht alleen aan leden die in aanmerking komen voor een Duitse jachtakte, en daarmee is wel duidelijk waar het hele systeem op gericht is. De hond zelf heeft dagelijks uren zoekwerk nodig, water, en iets om te vinden, en hij geeft luid op een spoor of dat spoor nu legaal wild is of niet. Wie serieus mantrailt, zweetspoorwerk of jachthondentraining doet, kan het rond krijgen. Een gezin dat een vriendelijke middelgrote spaniël wil voor het weekendrondje beschrijft een andere hond, en de rasverenigingen zeggen dat er ook gewoon bij.
Wat is het verschil tussen bruin en Braunschimmel?
Kleur, plus een stuk fokbeleid. De effen bruine honden en de bruine schimmels worden als aparte kleurslagen gehouden, en kruisen mag alleen met toestemming van de fokleider van de vereniging — een regel van Rudolf Friess om de genetische variatie te beschermen in een ras dat op heel weinig honden is gebouwd. Fokkers zeiden vroeger dat de bruine honden dichterbij jaagden en de schimmels langere sporen liepen, maar de standaard tekent aan dat er inmiddels genoeg gekruist is om dat verschil in karakter te laten vervallen. Van allebei bestaat een rode variant, en uit twee bruine ouders kunnen schimmelpups vallen; die worden dan bij de schimmels ingeschreven.
Hoe kom je er buiten Duitsland aan?
Langzaam, en meestal via de jacht. In Noord-Amerika gaat het om enkele honderden honden, met verenigingen in de VS en Canada die uit Duitse lijnen importeren, en de wachtlijsten lopen via mensen die met hun honden werken en jagen. Ook in Nederland en de rest van Europa loopt het via diezelfde jachtnetwerken. De AKC voert het ras alleen in zijn Foundation Stock Service en niet als volledig erkend ras, dus op een tentoonstelling kom je er geen tegen.